Nienoord Spoorwegen streeft ernaar haar bezoekers een representatief beeld te laten zien van het (Nederlandse) hoofdspoorwegbedrijf uit de vorige eeuw. Een van de meest beeldbepalende locomotiefseries die Nederland gekend heeft is de serie NS3700. Deze locomotieven, waarvan de eerste in 1910 door de staatsspoorwegen (voorloper van de NS) in dienst werd gesteld en de laatste pas 48 jaar later uit dienst ging passen bij uitstek in het toekomstbeeld van Nienoord Spoorwegen.

Er is daarom opdracht gegeven aan de Zwitserse firma Balson AG om 2 replica's van het locomotieftype uit de serie NS3700 te bouwen in de schaal 1:5,5. De NS 3744 komt in een Standgroene uitvoering uit 1932 op de baan. De andere machine in de appelgroene uitvoering zoals het origineel in 1920 bij de staatspoorwegen in dienst is gekomen krijgt het nummer SS 793. Uitgangspunt is dat het goed gelijkende en gedetailleerde schaalmodellen moeten worden. Tegelijkertijd worden ze zeer robuust en toekomst vast gebouwd. Zo krijgen alle lagers vetsmering. Met een lengte over de buffers van 3360mm en een massa van ruim 700Kg worden het forse locomotieven op 10¼- Inch spoorbreedte.

Nummer/Naam Loc 3744
Type stoomlocomotief
Aandrijving stoom, kolen gestookt
Spoorbreedte 10¼ Inch
Schaal 1:5,5
Lengte over de buffers 3360 mm
Breedte 500 mm
Hoogte 822 mm
Massa 700+ Kg
Aantal assen 5
Asindeling 2C
Machine 4 cilinders
Stoomverdeling: Walschaerts
Voedingstoestellen: 2 injecteurs
Bouwjaar  
In dienst gepland 2023
Fabrikant/Bouwer Balson AG
Eigendom  
Remsystemen pneumatisch loc en tender
  parkeerder tender mechanisch

Geschiedenis van de serie 3700

Nadat de Staatspoorwegen (SS) proeven had gedaan met een 2C-loc van de NBDS (NS-serie 3501-3508) besloot ze om ook zelf locs van dit type aan te schaffen. Deze kregen echter vier in plaats van twee cilinders. De locomotief had twee keer zoveel vermogen als zijn voorganger en was daardoor zeer geschikt voor sneltreindiensten. Tussen 1910 en 1921 werden in opdracht wan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatspoorwegen 115 machines gebouwd door Beyer Peacock, Werkspoor en enkele Duitse fabrieken. In 1928, de staatsspoorwegen waren inmiddels opgegaan in de NV Nederlandsche spoorwegen, werden nog 5 stuks bijbesteld waarna het gehele bestand op 120 stuks kwam. Voor het meenemen van de benodigde kolen- en watervoorraad reden de locomotieven van deze serie met een drie- of vierassige tender.

Bij de SS droegen ze de nummers 685-778 en 785-799. Bij de NS kregen ze later de nummers 3701-3820. Voor de NS is de 3700 jarenlang de belangrijkste locomotiefserie geweest, waarmee zowel sneltreinen als goederentreinen werden gereden. Door zijn enorme verschijning kreeg hij de bijnaam ‘Jumbo’. Pas na 1929 nam de serie 3900 de zwaarste sneltreinen over. (Bron: Langs de Rails)

Uit de serie 3700 is slechts één loc bewaard gebleven. Als deze loc een kilometerteller had gehad, dan zou daar zo’n 3 miljoen kilometer op staan! Deze locomotief verscheen in 1911 onder nummer SS 731 op het spoor, en deed ruim een halve eeuw dienst. In 1921 kreeg hij het bekende nummer 3737. De inmiddels niet meer dienstvaardige 3737 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht.

De originele NS 3744 is in 1911 gebouwd door Werkspoor en kwam in dienst onder nummer SS 738.

Historische verantwoording

Met de bouw van de replica’s van de SS793 en de NS 3744 in de schaal 1:5,5 beoogt Nienoord Spoorwegen een (cultuur historisch gezien) relevante aanvulling te realiseren op de nationale collectie historische railvoertuigen. De beide locomotieven worden zo exact mogelijk nagebouwd, op basis van originele tekeningen en uitgebreid historisch onderzoek. De gemaakte keuzen met betrekking tot de beide locomotieven worden in een separaat artikel toegelicht. Daarbij worden waar zinvol ook de afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke locomotieven toegelicht.

Locomotieflantaarns

Omdat de 3744 gebouwd wordt in de uitvoering waarin zij in 1932 bij de NS in dienst was, ligt het voor de hand om hierop een model te plaatsen van de locomotieflantaarn zoals die op dat moment bij de NS in gebruik was. De 793 krijgt het model van de staatspoorlamp zoals die in 1920 in gebruik was. Voor beide locs worden replica's naar de originele lampen gebouwd. De verschillende lantaarns worden in een separaat artikel uitgebreid toegelicht. Ook de noodzakelijke aanpassingen om ze praktisch bruikbaar en op schaal te kunnen uitvoeren komen daarbij aan bod.