Inleiding

Doelstelling Nienoord Spoorwegen

Stichting Landgoed Nienoord/ Nienoord Spoorwegen heeft als doelstelling “Het exploiteren van een miniatuurspoorwegbedrijf” waarbij de nadruk ligt op het zo natuurgetrouw mogelijk nabootsen en aan publiek tonen van een werkend Nederlands spoorbedrijf in al haar facetten met als onderdeel het betrouwbaar en veilig vervoeren van personen.
Het uitgangspunt is om de bezoeker een samenhangende en historisch kloppende indruk te geven van het (Nederlandse) hoofd- en lokaalspoorbedrijf tussen 1900 en 2000.

Wet en regelgeving

Nienoord Spoorwegen als samenstel wordt periodiek gekeurd door de Tüv in het kader van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. De NEN 13814 geldt hierbij als leidraad voor ontwerp, configuratie, beheer en onderhoud. Hierop wordt middels inspecties toezicht gehouden door de NVWA.

De stoomketels die gebruikt worden dienen te voldoen aan de vereisten uit het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016. De grotere ketels (PED categorie 3 en 4) zijn onderhevig aan een periodieke inspectie door een NOBO (bijvoorbeeld Lloyds) en voor de kleinere ketels wordt deels gebruik gemaakt van de diensten van een NOBO, en deels van die van Stoomgroep Holland en de NVM. Ook hierop wordt middels inspecties toezicht gehouden door de NVWA.

Spoorbanen

Nienoord Spoorwegen kent 3 spoorbanen

  1. de Hoogepalenbaan, spoorbreedte 3,5 Inch en 5 Inch,
  2. de oude route (rondje), spoorbreedte 5 Inch en 7¼ Inch,
  3. de parkroute 5 Inch, 7¼ Inch, 8 Inch en 10¼ Inch.

Gastmaterieel

Gastmaterieel betreft materieel dat niet vast op Nienoord is gestationeerd maar daar wel eenmalig of incidenteel rijdt. Hieronder is beschreven hoe wij hier gelet op zowel onze doelstelling als de van toepassing zijnde wet- en regelgeving mee omgaan.

Veiligheid

Om de veiligheid van zowel dienstuitvoering als de tijd ervoor en erna te kunnen waarborgen geldt:

  • Een trein op de lage baan en/ of de parkroute moet minimaal 8 km/h kunnen rijden.
  • Passagierstreinen en treinen met een totale massa van meer dan 200kg dienen voorzien te zijn van een deugdelijk remsysteem waarmee de machinist de trein op een vlakke baan rijdend met een snelheid van 8 km/h, binnen 4 meter gecontroleerd tot stilstand kan brengen.
  • De maximum toegestane remvertraging met passagiers bedraagt 5m/s2.
  • Het is niet toegestaan om passagiers te vervoeren in voertuigen waarvan delen meer dan 20cm boven de zitplaats uitsteken.
  • Voertuigen waarin passagiers worden vervoerd dienen geschikt en veilig te zijn, e.e.a. ter beoordeling van de bedrijfsleiding van Nienoord Spoorwegen (hierna: bedrijfsleiding).
  • bezoekers (derden) worden uitsluitende vervoerd in onze eigen, door de Tüv goedgekeurde treinen.
  • Stoomketels die worden gebruikt moeten aantoonbaar voldoen aan de in Nederland geldende wet- en regelgeving.
  • Voor elektrisch materieel en radiografische afstandsbesturingen gelden aanvullende veiligheidseisen.
  • Op de lage baan geldt een maximale aslast van 1500N (150Kg), voor de hoge baan bedraagt dit 300N (30 Kg). Afhankelijk van de aard en constructie van een voertuig kan in individuele gevallen door de bedrijfsleiding besloten worden hiervan af te wijken.
  • De minimum boogstraal van de lage baan bedraagt 15 meter (parkroute 18meter).
  • In verband met brandgevaar wordt materieel dat gebruik maakt van licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar gas slechts buiten de gebouwen gestald waarbij een minimum afstand van 3 meter tussen het voertuig en het dichtstbijzijnde gebouw geldt.

Schalen en uitvoering

Het uitgangspunt is om de bezoeker een samenhangende en historisch kloppende indruk te geven van het (Nederlandse) hoofd- en lokaalspoorbedrijf tussen 1900 en 2000. Dit zowel op het gebied van infrastructuur, materieel, dienstuitvoering als aankleding. Ook is het daarbij van belang dat de schaal van de getoonde objecten zoveel mogelijk overeenkomt zodat de onderlinge verhoudingen kloppen.

Gelet op onze doelstelling genieten voor elke spoorbreedte modellen van normaalsporige Nederlandse railvoertuigen de voorkeur. Het overige hieronder genoemde materieel, mits met zorg gebouwd en afgewerkt, beschouwen we echter ook als passend.

Hoogepalenbaan:

Spoorbreedte     Schaal     Land (waar dit materieel gereden heeft)
3½ Inch   1:16 – 1:6,5   Wereldwijd of Free-lance in Europese stijl
5 Inch   1:11 – 1:4,5   Wereldwijd of Free-lance in Europese stijl

 

Grondbaan:

Spoorbreedte     Schaal     Land (waar dit materieel gereden heeft)
5 Inch   1:11   Nederland
    1:11*   Europa (of Free-lance in Europese stijl en normaalspoor proporties)
    1:8,4   Nederlands Indië 
7¼ Inch   1:8 – 1:7,8   Nederland
    1:8 – 1:7,8*   Europa of Free-lance in Europese stijl en normaalspoor proporties
    1:5,7   Nederlands Indië
8 Inch***   1:7   Duitsland, Oostenrijk
10¼ Inch   1:5,5**   Nederland

* Buiten de openingstijden van het Park is hier incidenteel van af te wijken.
** Ter aanvulling van het verhaal over spoorwegen in Nederland kan hier incidenteel van worden afgeweken tbv tramwegmaterieel op kaapspoor.

*** Op dit moment is de infrastructuur hiervoor nog niet geheel gereed

Compatibiliteit

Materieel dient te zijn voorzien van trek- en stootwerk dat zodanig is uitgevoerd dat het ten alle tijde mogelijk is om het met ander normaalsporig materieel te verplaatsen (te duwen en/of te slepen) zonder dat daardoor schade ontstaat aan één van de voertuigen.
Materieel dient altijd zo te worden weggezet dat het zondermeer verplaatst kan worden door personeel dat geen specifieke kennis heeft van het betreffende voertuig.
Omdat Nienoord spoorwegen op de grondbaan vier spoorbreedtes combineert wordt er gebruik gemaakt van gecompliceerde wissels met nauwe toleranties. Om schade aan deze wissels te voorkomen dienen wielen en assen dienen voorzien te zijn van de juiste maatvoering. Voor 5 Inch en 7¼ Inch wielen gelden daartoe maten uit de NEM-Norm 310G (wel wordt geadviseerd wordt om het loopvlak wat breder te maken.) Voor 8 Inch en 10¼ Inch materieel kan de maatvoering worden opgevraagd bij de bedrijfsleiding.

Gastrijders

  • De bedienaar/ machinist dient voldoende ter zake kundig te zijn. E.e.a. ter beoordeling aan de bedrijfsleiding.
  • Het is niet toegestaan materieel te bedienen wanneer onder invloed word verkeerd van alcohol, verdovende middelen of medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
  • De minimum leeftijd voor het bedienen van/ rijden met een stoommachine of locomotief bedraagt 12 jaar.
  • Voor het rijden met passagiers; bezoekers, medewerkers en/of deelnemers, alsmede voor het rijden op plaatsen waar zich bezoekers (kunnen) bevinden; zowel in het park als op de stations, geldt een minimum leeftijd van 16 jaar.
    Minderjarige bedienaars/ machinisten dienen altijd passend begeleid de worden door een ter zake kundige meerderjarige (e.e.a. ter beoordeling aan de bedrijfsleiding).
  • In afwijking van voorgaande geldt voor (Leerling)motormachinisten alsmede voor leerling stoommachinisten van Nienoord een gedeeltelijke ontheffing. Dit echter uitsluitend onder het binnen Nienoord-Spoorwegen geldende opleidings- en toezichtregime.
  • De minimale leeftijd voor het bedienen van een voertuig op de Parkroute bedraagt altijd 16 jaar.
  • Ondermeer in verband met het berijden van verschillende overwegen is voor het rijden op de Parkroute wegbekendheid vereist.
  • De Machinist dient zich te houden aan de (baanvak)instructies en zodoende aan de geldende maximum snelheden.